Statenvertaling (1637)

De Statenvertaling (of Statenbijbel) is de eerste Nederlandstalige vertaling van de gehele Bijbel die rechtstreeks uit de oorspronkelijke bronteksten van de Bijbel werd vertaald. De opdracht voor de vertaling werd in 1618 gegeven op de Synode van Dordrecht. De Staten-Generaal betaalde de kosten van het vertaalwerk, vandaar de naam Statenvertaling.

Tot aan de Statenvertaling werd er gebruikgemaakt van verschillende Nederlandstalige vertalingen, maar deze bevatten ofwel niet de volledige Bijbel ofwel waren vertalingen van vertalingen, veelal van de Latijnse Vulgata.
 

Ontstaan van de Statenvertaling

De Synode van Dordrecht achtte het nodig dat er, naar het voorbeeld van de Engelse Authorized Version (King James Version, 1611), een goede, eigen vertaling kwam die zo dicht mogelijk bij de brontalen van de Bijbel lag. In 1637 verscheen de Statenvertaling in druk. In 1657 volgde een officiële herziening, die feitelijk de basis vormt voor alle volgende herdrukken.

Het taalgebruik van de Statenvertaling heeft grote invloed gehad op de ontwikkeling van het Nederlands. Zo zijn veel spreekwoorden en gezegden die vandaag nog gebruikt worden, ontleend aan de Statenvertaling.

De Statenvertaling wordt nog volop gebruikt, veelal in behoudende protestantse kerken. Hij is beschikbaar in diverse vertaalversies. De versie die Royal Jongbloed uitgeeft, gaat terug op een editie uit de negentiende eeuw.